Weven FAQ

Weven is een heerlijk meditatieve handwerktechniek. Met een speciaal getouw weef je garen door een aantal draden heen. Zo kun je allerlei mooie dingen maken zoals wandhangers en kussens.

Om te beginnen met weven heb je een aantal dingen nodig. Een weefgetouw of weefraam, kettingdraad, weefnaald of shuttle, (weef)kam en natuurlijk garen.

Met alle soorten garen! Dik of dun, pluizig of glad, plukken wol het maakt allemaal niet uit – bij weven kan alles! Houd er alleen rekening mee dat hoe dunner het garen is hoe meer je ervoor nodig hebt om een stuk te weven en hoe langer het duurt.

Bij het opspannen van je weefgetouw span je de kettingdraden met een strakke, gelijkmatige spanning over het weefgetouw. Je spanning moet vergelijkbaar zijn met hoe een gitaar wordt gespannen – strak maar als je erop tikt dat ze een beetje meegeven. Als de kettingdraden naar beneden zakken, zijn ze te los.

Het basisprincipe van weven is dat je met een werkdraad door een aantal kettingdraden heen gaat om zo een weefstructuur te maken. Dit is ook hoe bijvoorbeeld textiel wordt gemaakt. Waar bij stoffen zoals katoen er vaak evenveel werkdraden als kettingdraden zijn ben je bij het weven als handwerk veel vrijer hierin!

De kettingdraad zijn de draden die je over het weefgetouw spant. Dit is de “ruggengraat” van je weefwerk. De werkdraad zijn alle garen die je door de kettingdraden heen weeft – dit zijn de draden die je weefwerkje die unieke look geven!

Als je begint met weven is het handig om een stukje karton van ongeveer 2 tot 3 centimeter breed af te knippen en aan het begin van je werkje in te weven. Dit zorgt er voor dat je aan de onderkant genoeg ruimte hebt om de kettingdraden af te knippen. Stop ook aan de bovenkant 2 tot 3 centimeter voor het einde van je kettingdraad zodat je ook deze dradengemakkelijk kunt afknippen.

Knoop de kettingdraden per twee aan elkaar en gebruik een tapijtnaald om de uiteinde weg te weven aan de achterkant.