4 Basistechnieken Weven

Weven is een heuse kunst. Je kunt de prachtigste texturen, vormen en patronen creëren door het gebruik van verschillende technieken.

Dit hoeft niet moeilijk te zijn! Het is namelijk de afwisseling van materialen en technieken die uiteindelijk het weefwerk kunstig doet ogen. Eerst leg ik je de simpelste weeftechniek uit – de keperbinding of tabby weave.

Daarna vertel ik je hoe je met een drie andere technieken, Franjes, Opleggen en Vlechten, variatie aanbrengt in je weefwerk.

  1. Platbinding
  2. Franjes
  3. Opleggen
  4. Vlechten

PLATBINDING

De tabby weave, oftewel de platbinding is de meest gebruikte weeftechniek. Deze stevige binding wordt machinaal veel gebruikt bij het maken van kleding en meubelbekleding. Maar ook bij het handweven wordt deze techniek heel veel gebruikt.

De platbinding doet ook wel denken aan een schaakbord. In feite weef je namelijk kleine vierkantjes op je weefraam.

Span je draden verticaal over het weefraam. Trek vervolgens je weefgaren over het eerste spandraad, en steek deze vervolgens onder de tweede spandraad. Vervolgens trek je je weefgaren weer over het derde, en onder het vierde spandraad. Herhaal dit patroon totdat je de laatste spandraad heb afgewerkt.

Op de terugweg doe je hetzelfde maar dan precies omgekeerd. Waar je eerst over ging, ga je nu onder en waar je eerst onder ging ga je nu over enz.

FRANJES

Franjes en kwasten kan je eenvoudig maken met de Raya knot. Deze vind je meestal aan de onderkant van een weefwerk, maar je kunt franjes en kwasten op elke gewenste plaats knopen. Dit zorgt juist voor een speels en uniek effect.

Als je franjes aan de onderkant van je weefwerk wilt plaatsen, doe dan eerst een paar rijen platbinding om ze op hun plek te houden!

Kies het aantal weefgaren dat je wilt gebruiken. Hoe meer garen je gebruikt, de groter de kwast. Je kunt twee naast elkaar gelegen kettingdraden gebruiken of er een of twee overslaan.

Steek het ene uiteinde van je garenbundel onder de linker kettingdraad, en breng deze omhoog langs de binnenkant.

Steek het andere uiteinde van je garenbundel onder de rechter kettingdraad, en breng deze omhoog langs binnenkant. Zorg ervoor dat de uiteindes van je weefbundel van gelijke lengte zijn.

Trek voorzichtig aan de uiteindes om de knoop vast te maken. Je kwast is nu klaar!

Wil je een kleinere kwast? Knoop deze dan om 2 kettingdraden in plaats van 4. Wil je een grotere kwast? Gebruik dan meer dan 4 kettingdraden!

OPLEGGEN

Piling is het toevoegen van lussen aan je weefwerk. Voor deze lussen kan je allerlei soorten garen gebruiken.

Als je een wolkachtige structuur wilt creëren dan gebruik je een materiaal dat ‘roving’ heet, oftewel ‘lontwol.’ Deze wol is zacht en pluizig. Natuurlijk kun je ook andere pluizige materialen hiervoor gebruiken!

Weef de garen of de gekaarde wol door middel van de platbinding door je kettingdraden.

Gebruik een dunne stok, een potlood of de achterkant van een (schone) verfkwast.

Steek de stok van rechts naar links over de eerste kettingdraad. Daarna door het garen om een lus te maken. Hierna weer over de volgende kettingdraad. Je maakt alleen lussen van het garen wat  boven de kettingdraden ligt.

Ga zo door tot je bij de laatste lus bent. Trek je garen strak en verwijder daarna rustig de stok.

Nu kun je de lusjes rustig naar beneden drukken. Als je ze vast wilt zetten kun je aan de boven en onderkant een platbinding weven.

VLECHTEN

Met deze techniek kun je een vlechtstructuur maken in je weefwerk. Het mooiste is als je hiervoor een dikker materiaal gebruikt, zoals wol. Zo valt de vlechtstructuur extra op!

Neem je weefgaren (dit kan een enkele streng zijn, of een bundel). Haal het kortste eind onder de eerste kettingdraad door, daarna eroverheen en er weer onderdoor.

Als je dun garen hebt dan kun je om elke kettingdraad een lus maken. Als je dik garen gebruikt of lontwol dan kan je beter elke keer een kettingdraad overslaan.

Wikkel je weefgaren om de volgende kettingdraad, waarbij je zorgt dat je linksonder uitkomt.

Ga zo door tot je bij het einde bent van de kettingdraden of tot waar je de vlecht wil hebben.

Om van richting te wisselen wikkel je de laatste draad om de kettingdraad waarbij je nu rechtsonder uitkomt. Ga zo weer door tot je aan het einde bent en je vlecht is klaar!

PIN DIT BERICHT

GERELATEERDE BERICHTEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *